Leefbaarheid 2.0
RVS ziet de fysiek-economische ontwikkeling van een gebied altijd in het perspectief van een organisch groeiende leefgemeenschap. Ontwikkelaars hebben vanzelfsprekend ook zo’n strategische blik, maar deze wordt doorgaans louter fysiek en economisch ingevuld: afschrijftermijnen van veertig jaar voor gebouwen zijn daarvoor doorslaggevender dan de ontwikkelingskansen van de bewoners. RVS vervlecht in het ontwikkelproces de belangen van investeerders met die van (toekomstige) gebruikers en bewoners. 
Vanuit deze Nieuwe Belangstelling sluit zij tactische allianties met partijen om operationele trajecten uit te zetten die in verschillende scenario’s met elkaar worden gecombineerd. Maar waaruit is de strategische blik van RVS voortgekomen? Deze is allereerst ingegeven door een cybernetisch, systeemtheoretisch en ecologisch gedachtegoed. In een ecosysteem beïnvloedt het gedrag van ieder afzonderlijk wezen dat van de anderen en daarmee uiteindelijk dat van het geheel. RVS vat een buurt op als een open ecosysteem. 

In Rotterdam was ‘schoon, heel en veilig’ twee collegeperiodes lang de rationale van het beleid ten aanzien van de openbare ruimte. Inmiddels zijn zowel politici als beleidsmakers het erover eens dat er een kantelpunt is bereikt. RVS wil deze drie termen naar een hoger plan tillen. In de drieslag fysiek, sociaal en mentaal – ECO3 – gaat schoon over meer dan de fysieke ruimte en omvat dit ook de fysieke atmosfeer. 
Het gaat om meer dan straatmeubilair dat vandaalbestendig moet zijn of publiek gedrag dat hufterproof is. Het gaat ook om de diversiteit van relaties in een stad waarvan de bewoners meer dan 174 culturele achtergronden hebben. 

Heel staat bij RVS voor de wil om samen te werken en samenhang te scheppen. Heel zit in het begrip 'integriteit' dat naast integer gedrag ook de intergale aanpak omvat. In de EP(i)C aanpak - educatie, participatie (integratie) en communicatie is integratie het effect van de andere drie aspecten. Als daar niet aangewerkt wordt, komt integratie als beleidstarget in beeld. RVS legt zich er op toe deze drie aspecten te versterken zodat integratie als vanzelf wordt gerealiseerd. 

Evenals integratie is veilig een wankel begrip. Indexgestuurd beleid via veiligheidsindexen wordt altijd geconfronteerd met een discrepantie tussen objectieve veiligheid en subjectieve veiligheid of veiligheidsbeleving. Die sluiten doorgaans niet op elkaar aan. Veilig wordt blijkbaar ook bepaald door wat er zich tussen de oren van mensen afspeelt. Bij RVS is ook veiligheid een resultante van een combinatie van fysieke, sociale en mentale tactieken. Simpel gezegd, als je goed in je vel zit en je straalt positieve energie uit (fysiek), als je bovendien relaxed maar goedgebekt bent (mentaal) en als je dan ook nog met mensen kunt omgaan en ze niet direct als een bedreiging ziet (sociaal) voel je je doorgaans veiliger. Binnen dit ecosociale perspectief komt veilig in zicht als een integrale dimensie van leefbaarheid 2.0. 

De contouren van dit ecosociale perspectief zijn in het VIDI kwadrant uitgezet. De basisvoorwaarden voor ecosociaal schoon, heel en veilig zijn dus duur- zaamheid, integraliteit en interculturaliteit met vakmanschap als economische vector. Op de meest omvangrijke schaal – stadsontwikkeling als kader voor specifieke gebiedsontwikkelingen – gaat het bouwen van huizen – fysiek – gepaard met overleg met alle betrokken partijen – sociaal – om fysieke, economische, sociale en culturele netwerken op elkaar aan te laten sluiten. In dit alles staat het welzijn van groepen individuen voorop.